EVERYDAY
DRILLSTrain for real life
Open Studio

Bij levensgevaar: bel 112. Volg de centralist; laat opzoeken noodzakelijke hulp niet vertragen.

Alle actuele eerste hulp
Actuele eerste hulp / Luchtweg & bewustzijn

Verslikking bij een baby

Rugslagen en twee-duimen-omcirkeltechniek; geen buikstoten.

Herkennen

  • Baby kan niet effectief hoesten of huilen na verslikken.

Beslissen

  • Laat een helper 112 bellen; bij alleen zijn na de eerste reeks handelen bellen.

Handelen

  1. Bij niet-effectief hoesten of huilen: laat een helper 112 bellen. Ben je alleen, handel eerst met de eerste reeks en bel daarna zelf 112.
  2. Leg de baby ondersteund op de buik met het hoofd lager dan de romp; steun hoofd en kaak en geef maximaal 5 rugslagen tussen de schouderbladen.
  3. Draai ondersteund op de rug met het hoofd nog steeds lager dan de romp. Plaats twee overlappende duimen op de onderste helft van het borstbeen en omvat de borstkas met de handen. Geef maximaal 5 krachtige borststoten,1 per seconde.
  4. Kijk na elke slag of stoot naar het effect; stop bij weer normaal ademen of huilen. Blijf bij aanhoudende belemmering rugslagen en borststoten afwisselen; laat de baby niet alleen.
  5. Bij bewustzijnsverlies: voorzichtig op de rug neerleggen, zorg dat 112 is gebeld en start reanimatie met 5 eerste beademingen; vervolg de leeftijdspassende reanimatieroute.
  6. Laat na buik- of borststoten laagdrempelig medisch beoordelen op mogelijk inwendig letsel. Bij aanhoudend hoesten, slikproblemen of gevoel van een achtergebleven voorwerp: huisarts.

Vermijden

  • Geen buikstoten en geen blinde vingerveeg.
  • Schud de baby niet en hang hem niet aan de benen.
  • Druk bij ondersteunen niet op de zachte delen onder de kaak; dat kan de luchtweg afsluiten.

Tijden & voorwaarden

Maximaal 5 + 5

Stop zodra de luchtwegbelemmering weg is.

1 borststoot per seconde

Maximaal 5 borststoten per reeks; na iedere stoot effect beoordelen.

Verdieping & overdracht

De vroegere tweevingertechniek wordt niet als actuele babyborststoot gebruikt.

Vertel wat gebeurde en wanneer, wat je zelf waarnam, wat de persoon of getuige vertelde, welke hulp je gaf, het effect en wat veranderde. Benoem onbekende informatie; volg de vragen van de zorgprofessional.

Bron en controle

Broncontrole: 2026-10-21. Onafhankelijke leer- en naslaghulp; geen officiële goedkeuring.

Werkwijze en inhoudsgrenzen
Bronwijzigingen en gekoppelde inhoud
Open deze kaart in de StudioAlle EHBO-onderwerpen