Vijf eerste beademingen; leeftijd en opleiding blijven relevant.
Herkennen
Baby of kind reageert niet en ademt niet normaal.
Beslissen
Laat direct 112 bellen, of bel zelf op luidspreker.
Laat een helper de AED halen.
Handelen
Bij geen reactie: laat direct 112 bellen, of bel zelf op luidspreker. Laat een helper de AED halen.
Open de luchtweg. Baby jonger dan 1 jaar: hoofd neutraal, gezicht recht omhoog, kin met één of twee vingertoppen optillen. Kind ouder dan 1 jaar: hoofd iets achterover en kin met twee vingertoppen optillen. Beoordeel de ademhaling maximaal 10 seconden.
Geen normale ademhaling: geef eerst 5 beademingen, elk ongeveer 1 seconde tot zichtbare borstbeweging, vóór aansluiten van een eventueel aanwezige AED. Corrigeer de luchtweg en verwijder alleen zichtbare belemmering als beademen niet lukt. Maximaal 5 pogingen; blijft borstbeweging uit, begin dan compressies.
Wel duidelijke tekenen van leven maar nog geen effectieve ademhaling: blijf beademen tot het kind zelf effectief ademt. Geen tekenen van leven: wissel 15 compressies met 2 beademingen af,100–120/min; streef naar maximaal 5 seconden onderbreking.
Druk midden op de borstkas (onderste helft borstbeen) minstens een derde van de borstkasdiepte in, niet dieper dan 6 cm, en laat volledig terugveren. Baby: twee overlappende duimen met handen om de borstkas. Ouder kind: hiel van één hand, of twee handen als nodig voor voldoende diepte.
Gebruik onder 8 jaar bij voorkeur de kindermodus; ontbreekt die, gebruik de standaard-AED. Kan het kind makkelijk op de zij worden gedraaid (ongeveer tot 8 jaar of 25 kg), plak voor en achter. Anders gebruik de volwassenenplaatsing; elektroden mogen elkaar niet raken. Volg AED-opdrachten en hervat direct na analyse of schok.
Bijna volwassen lichaamsgrootte: volwassenenprotocol. Geen specifieke kinderreanimatietraining: volg het volwassenenalgoritme met leeftijdspassende diepte en de centralist; hulp geven gaat voor niets doen. Kun je niet beademen, geef dan compressies.
Stop als professionele zorg dit zegt, je uitgeput bent of het kind bij bewustzijn komt én beweegt én de ogen actief opent én normaal ademt. Na herstel: luchtweg openhouden en continu observeren; AED aan en elektroden laten zitten. Bij braken snel op de zij; bij twijfel aan normale ademhaling herstarten.
Vermijden
Geen buikstoten bij een baby.
Laat onzekerheid over kinderreanimatie hulp niet vertragen. Volg je training en de 112-centralist; zonder specifieke kindertraining is het volwassenenalgoritme met passende diepte aangewezen.
Een baby direct na de geboorte vraagt een afzonderlijk reanimatiekader.
Tijden & voorwaarden
5 eerste beademingen
Baby’s en kinderen, vóór een eventueel aanwezige AED aansluiten.
15:2 · 100–120/min
Kinderprotocol volgens de beschreven EHBO-opleiding; volwassen lichaamsgrootte heeft een andere route.
Minstens 1/3 borstkasdiepte, maximaal 6 cm
Kinderprotocol; gebruik leeftijdspassende hand-/duimentechniek en laat volledig terugveren.
Verdieping & overdracht
Beademing en techniek moeten bij het kind passen. Dit is afzonderlijke praktijkvaardigheid.
Vertel wat gebeurde en wanneer, wat je zelf waarnam, wat de persoon of getuige vertelde, welke hulp je gaf, het effect en wat veranderde. Benoem onbekende informatie; volg de vragen van de zorgprofessional.
Bron en controle
Broncontrole: 2026-10-21. Onafhankelijke leer- en naslaghulp; geen officiële goedkeuring.